Ei, foetus, baby

Een nieuwe geschiedenis van zwangerschap

Atlas Contact. Te verschijnen febr 2023.

Hoe kwamen mensen door de eeuwen heen tot feiten over de inhoud van een zwangere buik?

Feiten zijn geen rechtstreekse weerspiegeling van de werkelijkheid. Ze zijn het eindproduct van menselijke beslissingen en bewerkingen, zoals ik ook in andere boeken besprak.

Achter elk feit schuilt daarom een verhaal. En vooral bij feiten over onzichtbare werelden is dat verhaal vaak rijk en complex. Behalve met woorden en getallen wordt het onzichtbare met beelden overgebracht – die dus net zo goed het resultaat van creatieve menselijke arbeid zijn.

Beelden spreken niet namens de werkelijkheid, maar mensen spreken met behulp van beelden over de werkelijkheid.

Neem alleen al het feit dat een vrouwenlijf net als dat van vogels ‘eitjes’ bevat. Hiernaast is een menselijk ‘eitje zonder schaal’ afgebeeld, met daarin een ‘vrugtje’, zoals de zeventiende-eeuwse vroedmeester Paul Portal het zelf heeft gezien, beschreven en laten tekenen.

Het idee van het menselijke eitje is vaker in beelden, woorden, cijfers overgebracht, zodat we het gaandeweg vanzelfsprekend zijn gaan vinden.

Maar Portal twijfelde nog over de classificatie eitje, en andere zeventiende-eeuwse deskundigen protesteerden dat een vrouw toch geen kip is en een kind geen kuiken. Een ei, zeiden ze ook, is een ding met een harde schaal en bovendien valt een vrouw, anders dan een vogel, het hele jaar door te bevruchten.

Hoe zijn we de classificatie ‘eitjes’ en later ‘eicellen’ dan toch zo gewoon gaan vinden? Deze veranderde bovendien in de loop der tijd van betekenis.

Op het omslag van mijn boek staat een 21ste-eeuwse verbeelding van een bevruchte eicel, waarvoor ook de subclassificatie ‘blastocyst’ in het leven geroepen is. Zit er echt zoiets fraais in een zwangere buik als deze foto suggereert? Gewone foto’s zijn al geen rechtstreekse reflectie van de realiteit, en dat geldt al helemaal voor deze.

Het gaat om een cel geïnjecteerd met een fluoriserende stof, vervolgens gescand met een confocale microscoop die er virtuele doorsneden van maakte, waarna speciale software daarvan weer dit driedimensionale en ingekleurde beeld heeft gesmeed. En dan is het ook nog gemaakt met behulp van een gekweekte labmuis, die haar eicel moest doneren voor onderzoek naar IVF (met dank aan Wellcome Collections & Magda Zernicke-Goetz, Gurdon Institute, Oxford).

Beelden dienen dus vooral om ideeën te communiceren en niet om de waarheid over te brengen zoals deze door de natuur gegeven zou zijn. De positie van een ongeborene in de baarmoeder was en is eveneens van groot belang, wat ooit werd overgebracht met foetussen die op buitelende schoolkinderen lijken terwijl men best wist dat ze anders ogen (fragment van een beeld uit James Cook, 1648, Mellificium Chirugiae).

Hoe zijn onderzoekers tot hun kennis daarover gekomen? Er komt in dit boek vreugde bij zwangerschap ter sprake, maar ook groot leed. Want het besteedt veel aandacht aan de wijzen waarop het onderzoeksmateriaal is verkregen.

Zelfs wanneer iemand zwanger’ mag of moet heten, was en is niet stabiel – noch of een mens zwanger is van een vrucht, embryo, foetus, of kind.

Die classificaties zijn vooral van belang in verband met het voorbeeld van ‘abortus’. Mijn focus op veranderende classificaties leidt tot een herschreven geschiedenis van de beëindiging van zwangerschap, omdat dit niet alleen op initiatief van vrouwen zelf gebeurde, maar daarnaast op dat van artsen, en – schokkend genoeg – tot in de twintigste eeuw van priesters. Het doorgronden van deze drie praktijken in hun onderlinge verstrengeling, leidt tot een nieuwe blik op het tegenwoordige abortusdebat.