Project omschrijving

Ei, foetus, baby. Wat classificaties doen. Atlascontact, maart 2023

De titel en het omslag zijn nog tentatief. De foto op dit ontwerp toont de eerste delingen van een blastocyst van een muis (gemaakt door Agnieszka Jedrusik and Magdalena Zernicka-Goetz, Gurdon Institute).

De macht van indelingen van de werkelijkheid blijft me boeien. In het alledaagse leven kunnen dergelijke ‘classificaties’ zo gewoon worden dat ze door de realiteit lijken te zijn gedicteerd.

Hoe is het idee eigenlijk ontstaan dat sommige mensen ‘eitjes’ in hun lichaam hebben, die bevrucht kunnen raken? En waarom heet zo’n vrucht op een gegeven moment een blastocyst, daarna een embryo en vervolgens een foetus?

Classificaties zijn niet tevoren al gegeven, maar menselijke maaksels. Die maken echter wel weer werkelijkheden. In eerdere boeken illustreerde ik dat aan de voorbeelden van ‘depressie’ en psychische stoornissen zoals autisme en adhd. Wat als een stoornis tellen moet wordt niet door de natuur of de hersenen uitgemaakt, maar door mensen die sommige eigenschappen als stoornissen classificeren – met alle positieve en negatieve gevolgen voor mensenlevens van dien.

Het gaat me erom dat we moeten mogen nadenken over die positieve en negatieve gevolgen, wat niet kan als we niet doen of classificaties door de realiteit zijn gedichteerd.

Het classificeren begint al voordat een mens überhaupt is geboren. Hoe hebben onderzoekers door de eeuwen heen bepaald wat er zich afspeelt in een zwangere buik en hoe hebben zij dat benoemd en daarmee ingedeeld? Wanneer telt een mens om te beginnen als ‘zwanger’?

Vooral de ontwikkeling van nieuwe technologie bleek steeds gepaard te zijn gegaan met het ontstaan van nieuwe classificaties. Voor de zwangerschapstest gold je pas als zwanger als dat aan de buitenkant zichtbaar was of als je zelf beweging voelde in je buik. Met de hedendaagse supergevoelige tests kun je al zwanger zijn als de bevruchte eicel nog niet eens is ingenesteld. Dat heeft grote gevolgen voor gewenste zowel als ongewenste zwangerschap. En het is de echo geweest die ongeborenen in veler ogen tot echte kinderen heeft gemaakt, wat grote gevolgen heeft.

Een van mijn hoofdpunten is daarom dat woorden, getallen en afbeeldingen niet namens de werkelijkheid spreken, maar dat mensen met behulp daarvan óver de werkelijkheid spreken. Vervolgens kunnen die feiten wel waar worden gemaakt, omdat we ons leven ernaar inrichten. Feiten zijn dus menselijke maaksels maar wel ‘maaksels die maken’. Door dat maken van de werkelijkheid kunnen ze uitgroeien tot harde werkelijkheden.

Een van mijn belangrijkste vondsten is ook dat we het hedendaagse debat over abortus niet kunnen begrijpen als we denken dat elk ongedaan maken van een bevruchting altijd al een ‘abortus’ heeft geheten. Door dat idee los te laten kon ik drie historische verhaallijnen onderscheiden met drie soorten afbreking van zwangerschap: 1. als zelfzorg, 2. als medische behandeling en 3. als heilig sacrament. Die zijn met elkaar verstrengeld geraakt, wat terug te zien is in het hedendaagse abortusdebat.