April / mei 2023.
Atlas Contact.

Voor meer info klik op het omslag.

Niemand kan door een buik- en baarmoederwand heen kijken. En toch vind je met een paar muisklikken gedetailleerde informatie over menselijke foetussen, embryo’s, en eicellen. Dat roept verwondering op over de vorming van nieuwe mensjes, maar zelden over de kennis die daarvan bestaat. Die nemen de meeste mensen gewoon voor lief, terwijl hij toch zeker zo verbazingwekkend is.

Naast websites en filmpjes, zijn er boeken en tijdschriften, met daarin afgedrukte platen van bijvoorbeeld een net bevrucht eitje in het stadium van een ‘zygote’ of ‘blastocyste’, evenals een embryo in elke zwangerschapsweek, en daarvan weer het zich ontwikkelende hartje, de primitieve hersentjes, tot op de afzonderlijke hersenzenuwen. Hoe zijn die beelden eigenlijk tot stand gebracht?

En belangrijker nog: wat is hun relatie tot de realiteit? Het zijn daar immers afgeleiden van. Een getekend of gefotografeerd portret van een geboren mens is al een afgeleide van die persoon, en ongeborenen zitten ook nog verstopt in een baarmoeder en een buik.

Ongemoeid gelaten bestaan ze uit weefsel, bloed en botjes, in plaats van papier, inkt en pixels. Ongemoeid gelaten maken ze ook geleidelijke processen door, die niet van zichzelf in millimeters en fasen zijn verdeeld. Zoals woorden en getallen de realiteit niet kunnen vangen maar deze vérvangen, zo zijn beelden geen afbeeldingen maar vérbeeldingen.

Neem de groen met roze afdruk van een embryo dat op het omslag staat. Die is gemaakt met behulp van ‘optische projectie tomografie’ (OPT) waarmee tegenwoordig een geavanceerde scan van een ivf-embryo te produceren valt (NIMR, Francis Crick Institute London. Beschikbaar gesteld via Wellcome Collections, CC BY-NC 4.0)

Door de combinatie met immuunhistochemie komen dit soort fraaie verbeeldingen tot stand. Er is dus veel menselijke arbeid in dit ene verbeelde feit gaan zitten, zeker als je de ontwerpers en bouwers van al die technologie erbij betrekt. Het embryo op het omslag is ook nog van een laboratorium-muis, aanvankelijk gecreëerd door een eeuw lang kruising en later met behulp van gentechnologie.

En wat is de historische achtergrond van onze gewoonte om te zeggen dat een vrouwenlijf net als dat van vogels ‘eitjes’ bevat? Hiernaast is een menselijk ‘eitje zonder schaal’ afgebeeld, met daarin een ‘vrugtje’, zoals de zeventiende-eeuwse vroedmeester Paul Portal het zelf heeft gezien, beschreven en laten tekenen.

Portal twijfelde nog over de classificatie ‘eitje’, en andere zeventiende-eeuwse deskundigen protesteerden dat een vrouw toch geen kip is en een kind geen kuiken. Een ei, zeiden ze ook, is een ding met een harde schaal.

Maar het woord ‘ei’ werd heel gewoon en ging ook staan voor wat nu een ‘embryo’  heet. De Belgisch onderzoeker Velpeau publiceerde in 1834 bijvoorbeeld een ‘iconografie van met menselijk ei’ met gravures die een perfect ei laten zien.

Maar dit is geen boek over de ontdekkingen gedaan door belangrijke mannen. Het denkt steeds vanuit de zwangere vrouwen zelf. Want hoe kwamen de onderzoekers eigenlijk aan hun studiemateriaal?

Het boek gaat ook minstens zoveel over afgebroken als uitgedragen zwangerschappen, want de beëindiging ervan – gewenst of ongewenst, en spontaan of uitgelokt – is een inherent onderdeel van het onderwerp zwangerschap.

En als één classificatie vaak samen met technologie is veranderd, dan is dat die van ‘abortus’ wel. Pas ver in de twintigste eeuw is dat woord voor het opzettelijk afbreken van een ongewenste zwangerschap gaan staan.